“Collectieve impact: Welke structurele of maatschappelijke beweging zetten we in gang?
Collectieve impact ontstaat vanuit gedeelde betrokkenheid/engagement bij maatschappelijke uitdagingen. Soms werk je er bewust naar toe, soms worden deze beweging gaandeweg zichtbaar. Het gaat om samen kijken waar structurele verandering nodig is - en stappen zetten om daar beweging in te brengen.
Hieronder vind je een vragenreeks die je bij je collectieve impact kan stellen. Ze is opgesteld per onderzoeksfase. Zo kan je het gesprek over collectieve impact op elk moment in je onderzoek aanpakken.
Ontwerpen
Wie heeft formele macht in de context (beleid, organisatie, bestuur)?
Hoe kunnen we hen uitnodigen niet om te beslissen, maar om te luisteren?
Wat is de grotere verandering waar dit project aan wil bijdragen?
Welke dominante verhalen in onze samenleving willen we bevragen of doorbreken?
Welke actoren of partners zijn nodig om dit waar te maken? Wie maakt deel uit van onze community of impact – en wie nog niet?
Hoe zorgen we dat dit project niet op zichzelf blijft staan, maar verbinding maakt met andere initiatieven?
Welke bruggen willen we bouwen tussen beleid, praktijk en leefwereld?
Welke legacy willen we samen nalaten?
Kalibreren
Waar botsen idealen op structuren, en wat leren we daarvan?
Hoe kunnen we onze stuurgroepen of netwerken ontregelen zodat macht kan circuleren?
Welke gezamenlijke doelen worden zichtbaar onderweg?
Waar merken we dat iets in de context (beleid, organisatie, praktijk) begint te schuiven of bewegen?
Welke samenwerking liet zien dat één plus één meer is dan twee?
Welke drempels of machtsverhoudingen houden verandering tegen, en wat kunnen we daarmee doen?
Waar voelen we dat iets collectief verschuift – in taal, houding of systeem?
Hoe kunnen we samen sterker optreden of verhalen delen die verschil maken?
Welke onverwachte bondgenoten duiken op onderweg?
Oogsten
Wie heeft er door dit onderzoek meer ruimte voor stem gekregen?
Wat heeft dit project losgemaakt in de samenleving of in onze organisatie?
Welke structurele veranderingen zijn in gang gezet, klein of groot? Hoe kunnen we die beweging verder dragen of verankeren?
Wie draagt de grootste lasten of winsten van deze samenwerking, en wat leren we daarvan?
Wat hebben we geleerd over samenwerking over grenzen heen (tussen beleid, praktijk, onderzoek, leefwereld)?
Hoe zetten we de opgebouwde relaties en inzichten in voor toekomstig werk?
Wat blijft voortleven na ons, welke legacy laten we samen na?