“Participatieve impact: Wat verandert er in de samenwerking en in onszelf?
Participatieve impact ontstaat wanneer onderzoeksinzichten worden opgepikt en gebruikt door praktijk, beleid en onderzoek. Het gaat om hoe bevindingen doorwerken, iets losmaken en nieuwe manieren van kijken, doen en denken op gang brengen. Gaandeweg én aan het einde.
Hieronder vind je een vragenreeks die je bij je participatieve impact kan stellen. Ze is opgesteld per onderzoeksfase. Zo kan je het gesprek over collectieve impact op elk moment in je onderzoek aanpakken.
Ontwerpen
Wie is er van bij het begin betrokken bij het bepalen van richting, en waarom?
Hoe wordt beslissingsmacht gedeeld tussen onderzoekers, ervaringsdeskundigen en partners?
Wie bepaalt het tempo, de taal en de vorm van samenwerking?
Wat is de rol en vorm van de stuurgroep, en hoe blijft ze verbonden met de stemmen in de praktijk?
Welke veiligheid is nodig om te kunnen spreken, twijfelen of tegenspreken?
Hoe zorgen we dat mensen niet “onderzocht worden”, maar echt mee vormgeven?
Wie nodigen we uit (en waarvoor), en wie nog niet?
Welke rollen en verwachtingen spreken we uit?
Hoe maken we ruimte voor verschillende stemmen, ook de stillere?
Welke stemmen zijn aanwezig en welke ontbreken nog in ons verhaal?
Hoe zorgen we dat macht, verantwoordelijkheid en beloning eerlijk gedeeld worden?
Op welk moment in het proces openen we de deur voor ervaringskennis?
Kalibreren
Waar voelen we spanning of stilte rond macht of verantwoordelijkheid?
Wie beslist wanneer er moet worden bijgestuurd?
Welke stemmen verdwijnen in onze efficiëntie?
Hoe kunnen we bewust ruimte creëren voor ongemak en vertraging?
Wat leren we over onszelf als we onze rol bevragen?
Wat hebben we onderweg van elkaar geleerd?
Waar voelen we wrijving of twijfel, en wat zegt dat?
Welke ontmoeting veranderde je blik, al was het maar een fractie?
Welke aannames zijn we gaan bevragen door samen te werken?
Hoe voelt de samenwerking aan — gelijkwaardig, zoekend, stroef, inspirerend?
Waar merken we kleine veranderingen in houding, taal of vertrouwen?
Waar merk je groei of verschuiving bij jezelf of de ander?
Oogsten
Hoe zijn wijzelf als onderzoekers (en mens) veranderd in de manier waarop we samenwerken?
Wat neem je mee naar volgende samenwerkingen over besluitvorming en vertrouwen?
Welke nieuwe vormen van gedeeld leiderschap zijn ontstaan?
Welke ontmoeting of stem blijft nazinderen in je handelen?
Welke inzichten of relaties willen we vasthouden?
Wat wil je vieren of vasthouden, hoe klein ook?
Wat willen we anders doen in een volgend project?
Welke momenten van verbinding of kwetsbaarheid waren betekenisvol?